wat zijn de kosten van een civiele procedure ?

 

Wie een civiele procedure wil voeren wordt met kosten geconfronteerd.

 

Welke dat zijn en hoe hoog deze zijn, zal allereerst afhangen van de vraag of iemand in aanmerking komt voor door de overheid gesubsidieerde rechstbijstand (toevoeging).

Is dat het geval dan blijven de eigen kosten voor de procedure beperkt tot de eigen bijdrage die door de Raad voor Rechtsbijstand wordt vastgesteld (zie de site van de Raad : http://www.rvr.org/) en een bijdrage aan het griffierecht (zie de site van de overheid : http://www.rechtspraak.nl/). Een gedaagde partij in een zaak voor de kantonrechter is geen griffierecht verschuldigd.

 

Andere kosten, zoals het opvragen van uittreksels uit openbare registers en het laten opmaken van een rapport door een eigen deskundige, vallen niet onder het bereik van de toevoeging en zullen door de cliënt eerst zelf moeten worden gedragen (wellicht dat de rechter later in de procedure nog bepaalt dat deze kosten door de wederpartij moeten worden vergoed).

 

De cliënt die niet voor een toevoeging in aanmerking komt heeft als eigen kosten van de procedure in ieder geval die van het laten uitbrengen van de dagvaarding (als hij eisende partij is), het volledige griffierecht (zie : http://www.rechtspraak.nl/) en het honorarium van de advocaat (zie voor mijn tarieven de pagina werkwijze en tarieven elders op deze site). Ook de overige kosten (uittreksels, rapporten van deskundigen), zullen (eerst) door cliënt zelf moeten worden gedragen. 

 

De uitkomst van de procedure bepaalt of deze kosten (geheel of gedeeltelijk) bij de wederpartij in rekening gebracht kunnen worden. De rechter neemt in zijn eindvonnis altijd een beslissing over de proceskosten. Hij kan beslissen dat de ene partij wordt veroordeeld tot betaling van de kosten van de ander, maar hij kan – meestal als beide partijen gedeeltelijk gelijk hebben gekregen – de kosten ook compenseren, hetgeen betekent dat elke partij zijn/haar eigen kosten draagt.

 

Bij een door de rechter uitgesproken kostenveroordeling zullen de deuwaarderskosten voor het laten uitbrengen van de dagvaarding en de griffierechten altijd volledig vergoed worden. Dat is niet het geval bij het betaalde honorarium aan de eigen advocaat. De rechter kijkt daarbij niet naar de werkelijke kosten die een partij aan zijn advocaat heeft betaald, maar hanteert een vast tarieven- en puntensysteem, dat afhankelijk is van het financiele belang van de zaak en het aantal handelingen dat in de procedure is verricht. Aangezien de bij dit systeem gehanteerde tarieven al vele Jaren niet zijn aangepast houdt dit geen rekening met de actuele uurtarieven die cliënten nu aan hun advocaat betalen. Dat betekent dat er wat de advocatenkosten betreft vrijwel altijd een “gat” zal bestaan tussen de werkelijke kosten die de cliënt heeft betaald en het bedrag dat hij door middel van de kostenveroordeling nog vergoed krijgt. Zo kan de merkwaardige situatie ontstaan dat een partij die de procedure op alle onderdelen wint toch met een aanzienlijke kostenpost van zijn niet-gedekte advocatenkosten blijft zitten. Ook cliënten die procederen op basis van een toevoeging en die een hoge eigen bijdrage hebben betaald, kunnen in kantonzaken met dit verschijnsel te maken krijgen, aangezien daarbij vaak sprake is van een bescheiden kostenveroordeling, die aanzienlijk lager kan zijn dan de betaalde eigen bijdrage.

 

Het is een aspect van de civiele procedure waar ik met cliënten vooraf veel aandacht aan besteed. Het kan een belangrijke afweging zijn bij het besluit al of niet te gaan procederen.

Tot slot is het goed te benadrukken dat het procederen met een toevoeging alleen de eigen kosten beperkt. Verliest deze cliënt de procedure en wordt hij in de proceskosten van de wederpartij veroordeeld, dan zal hij deze kosten volledig zelf moeten dragen.